Informatie & Tips

Radiotherapie

Radiotherapie
Radiotherapie is een lokale behandeling waarbij verschillende soorten straling worden gebruikt om de kankercellen te doden. Het voornaamste doel van radiotherapie is lokale en regionale controle over de kanker te verkrijgen en op die manier de overlevingskansen van de patiënt te verhogen.

Kankercellen hebben het vermogen sneller te groeien en zich sneller te delen dan de meeste normale lichaamscellen. Hoge doses bestraling kunnen cellen doden of ervoor zorgen dat ze niet meer groeien of zich niet meer delen. Zowel normale cellen als kankercellen lijden onder de gevolgen van bestraling, maar de normale lichaamscellen kunnen zich sneller en beter herstellen van de gevolgen van bestraling.

Bij radiotherapie wordt gebruik gemaakt van radioactieve energie die in de vorm van een stralenbundel (te vergelijken met een lichtbundel) precies op de plaats van het gezwel of de plaats waar het gezwel zich bevond, wordt gericht. Deze stralenbundel kan worden voortgebracht door speciale machines of radioactieve substanties en wordt in hoge doses aan de patiënt toegediend.

Een aantal toepassingen van radiotherapie zijn:

Radiotherapie toegediend vóór chirurgie om de tumor te verkleinen.
Radiotherapie toegediend na chirurgie om eventueel achtergebleven kwaadaardige cellen te vernietigen. Standaard bij een borstsparende operatie.
Radiotherapie al dan niet in combinatie met chemotherapie om de kanker te vernietigen.
Radiotherapie als palliatieve behandeling. Bij patiënten waarbij genezing niet meer mogelijk is, kan de levenskwaliteit worden verhoogd door het verkleinen van de tumor waardoor pijn, druk of bloedingen kunnen worden verminderd of gestopt.

Simulatie Voordat de eerste stralingsdosis kan worden toegediend, moet het bestralingsveld op het lichaam worden gemarkeerd via een speciale procedure die men simulatie noemt. Voor de simulatie moet de patiënt stil op een tafel gaan liggen, terwijl de radiotherapeut een speciale x-stralenmachine (de zgn. simulator) gebruikt om het bestralingsveld precies af te bakenen. De simulator kan doorlichten en foto's maken van zowel voor-, zij- als achterkant van het lichaam. In sommige gevallen zullen er verschillende bestralingsvelden worden aangeduid. Een simulatie duurt ongeveer 30 minuten tot anderhalf uur.

In de meeste gevallen wordt het bestralingsveld door de radiotherapeut op het lichaam gemarkeerd met gekleurde, moeilijk afwasbare inkt. De markeringen moeten tijdens de volledige duur van de behandeling op het lichaam blijven. Als ze beginnen te vervagen zal de radiotherapeut of de radiotherapeutisch verpleegkundige ze met nieuwe inkt overtekenen. Je kunt ook vragen of jij of je partner de lijnen thuis zelf mogen bijwerken. Dat is vooral handig als er eens een lang weekend tussen de bestralingen zit, omdat de inkt in het algemeen toch binnen een paar dagen vervaagt.

De behandeling
Bestralingen worden meestal vijf dagen per week gegeven, gedurende zo’n zes tot zeven weken. In de ‘vrije’ dagen kunnen het lichaam en de huid zich weer herstellen. De straling en dosis is afhankelijk van de soort en de grootte van de tumor en de lichamelijke gesteldheid.

Voor de behandeling moet je je bovenlichaam ontbloten en op een speciale tafel gaan liggen. Achter en boven deze tafel bevindt zich het bestralingsapparaat. Een groot en lawaaierig apparaat. De radiotherapeutisch laboranten zullen je goedleggen aan de hand van de lijnen of markeringen die op het lichaam zijn aangebracht. Dit duurt meestal vijf à tien minuten. Het eigenlijke bestralen duurt maar een tot vijf minuten. Als je goed ligt verlaat de laborant de kamer. In een andere ruimte wordt de bestraling gestart. Zij houden je met een camera in de gaten. Ook is het mogelijk met hen te praten; er bevindt zich een microfoon in beide ruimtes. Het is van belang dat je tijdens de bestralingen goed stil ligt, zodat alleen het bestralingsveld straling krijgt. De straling is niet voelbaar en dus ook niet pijnlijk.

Bijwerkingen
De radioactieve straling maakt niet alleen de kankercellen kapot, ook gezonde cellen kunnen vernietigd worden. Daardoor kunnen bijwerkingen ontstaan. Deze bijwerkingen wegen echter niet op tegen het voordeel van de radiotherapie.

Vermoeidheid; herstellen van bestralingen kost het lichaam veel energie, zeker omdat ook gezonde cellen vernietigd worden. Ook stress is een negatieve factor. Dat is niet zo vreemd: dagelijks naar het ziekenhuis hakt er wel in, zeker met de geestelijke bagage die je nu meedraagt.
Problemen met de huid; de bestraling heeft invloed op de huid. Deze kan uitdrogen en pijnlijk worden. Geef veranderingen altijd door aan de arts of verpleegkundige.
Problemen met de voeding; een enkele keer kan dit voorkomen, doordat de slokdarm met bestralen geraakt kan worden. Eet dan kleinere beetjes, ook zachter eten kan helpen. Neem in dit geval contact op met een diëtist van het ziekenhuis.
Stijve schouder en/of oksel; de arts of verpleegkundige heeft hier oefeningen voor. Eventueel wordt een fysiotherapeut ingeschakeld.
Lymfeoedeem; zowel in de borst als in de arm. Draag een therapeutische kous en vraag om een verwijskaart voor lymfedrainagetherapie. Dit kan bij sommige fysiotherapeuten en bij de meeste huidtherapeuten.
Hart- en longproblemen; dit is een zeldzame situatie waarbij de straling ook het hart- of de long geraakt heeft. Door nieuwere technieken neemt de kans op deze bijwerkingen af.
Andere tumoren; in zeldzame gevallen ontstaan nieuwe tumoren. Door nieuwere technieken neemt de kans op deze bijwerkingen af.

Ervaring van Madelein

"De diagnose borstkanker was bekend. Nu moest ik kiezen. Een amputatie of een borstbesparende operatie. Als die rotkanker maar weg ging! Echt erover nagedacht had ik niet echt. De laatste optie was het voor mij. Geen twijfel over mogelijk. De prognose was nagenoeg gelijk dus waarom zou ik moeilijk doen? Zo zou ik mijn twee borsten behouden.

Bij een borstsparende operatie horen bestralingen. 32 om precies te zijn. Wel een gedoe om telkens op en neer naar het ziekenhuis te gaan. Maar voor het behouden van mijn borst had ik dat wel over.

De operatie was goed gegaan. De tumor zat erg oppervlakkig, waardoor de vorm van mijn borst niet veranderd was. Ik was al snel thuis, met drains, dat wel. In het ziekenhuis had ik van de fysiotherapeut oefeningen gekregen om mijn oksel soepel te maken en te houden, erg belangrijk voor de bestraling, werd me verteld. Deze deed ik trouw en dat voelde ik ook. Inmiddels was de radiotherapie aangevraagd en was ik al bij de betreffende arts geweest. Ik zou spoedig een oproep kunnen verwachten. Ik had al een videoband mee naar huis gekregen met uitleg.

Een week of vier na de operatie kreeg ik een oproep. Ik was inmiddels al gestart met de chemokuren. Ik moest komen voor het aftekenen van het bestralingsgebied. Samen met een vriendin ging ik er naar toe. Daarna zouden we even lekker gaan winkelen en lunchen. Dat had ik dan wel verdiend. Eerlijk gezegd vond ik het wel gezellig bij het aftekenen. Met zijn allen hadden we de grootste lol. Je zou niet zeggen dat er zoiets zwaars als kanker in het spel was. Nou bezat ik in die tijd een flinke dosis zwartgallige humor en zelfspot, dus succes verzekerd.

De begeleiding was echt geweldig; iedereen was even lief, leuk en aardig. De sfeer was zelfs gemoedelijk, niet te geloven. Dit samen met professionaliteit.
Ik moest mijn bovenlichaam ontbloten en op de simulatietafel gaan liggen. Deze tafel bevatte allerlei beugels en toestanden; de vergelijking met een sm-praktijk was zo gemaakt. Mijn arm moest ik in een hoek van 90 graden in een beugel leggen. Ik begreep meteen het doel van die oefeningen en was blij dat ik ze trouw gedaan had. Met lampen en röntgenapparatuur werden er met inkt al kietelend lijnen op me getekend. Naderhand in de spiegel kijkend begreep ik absoluut niet wat ze ermee konden. Alsof ik mijn kleine nichtje een stift had gegeven. Ik had ook niet verwacht dat ze zóveel lijnen nodig hadden. Ik had een truitje aan met v-hals, de lijnen kwamen er bovenuit. Meteen een goed excuus om een grote ketting te kopen die de lijnen bedekt. Prettig was dat ik een voorkeur aan mocht geven voor een dagdeel wanneer ik bestraald wou worden. Ik koos voor de ochtend, je kunt er maar vanaf zijn. Bij de eerste sessie zou ik meteen een schema mee krijgen voor alle sessies.

Het bestralen zelf stelt echt helemaal niets voor. Het duurt niet lang en het doet geen pijn. Wat wel vervelend kan zijn is het reizen. Ik was anderhalf uur kwijt aan reizen, terwijl de eigenlijke bestraling maar twee minuten duurt. Toch heb ik me geen seconde verveeld in de taxi. Er ging altijd iemand met me mee. Vriendinnen, ouders of mijn partner. 'Sex and the city' was er soms niets bij.
Het vervelende bij mij was dat ik de chemokuren tegelijk kreeg met de bestralingen. Je bent er wel in één keer van af, dat wel. Al is het wel zwaar. Ik was de eerste dagen van de chemokuren erg misselijk en spuugde veel. Dan zit je niet lekker in een taxi. Ook niet als je een acute aanval van diarree krijgt. Een opgelaten gevoel is dan zacht uitgedrukt. Ik voelde me op die momenten vreselijk zielig. Al kon ik er enkele dagen later wel weer om lachen. Leedvermaak is het mooiste vermaak dat er is.
Mijn borst heeft het tijdens de bestralingen goed gedaan. Ik heb me goed aan alle regels gehouden. Geen zeep en regelmatig de bestraalde huid poederen. De laatste week begon mijn borst lichtjes te ontvellen. Niet zo gek met ook nog die chemotroep in mijn lijf. Pijn deed het niet, het was wat gevoelig op het einde. Op mijn buik liggen was niet de lekkerste houding in die tijd. Van de bestralingsverpleegkundige kreeg ik een smeerseltje om de boel te verhelpen en te verzachten. Daar kon ik binnenlopen waarneer ik wilde. De arts zag ik standaard één keer in de week. Dat was wel prettig.

De bestralingen en alles eromheen zijn mij alleszins meegevallen. Later begon het me wel wat tegen te vallen. Met later bedoel ik maanden later. Mijn borst was knalrood, hard, gezwollen en gevoelig. Dit was niet mijn borst! Zo had ik dat niet bedoeld! Mijn borsten waren nu totaal verschillend! Blijkbaar gebeurt dit vaker. Zelfs tot een jaar later. Het zou komen door littekenweefsel met als gevolg verminderde doorbloeding en door energie die eruit moet. Het advies van de radiotherapeut was om een therapie met hyperbare zuurstof te volgen. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis zat voor mij op vijf kwartier rijden. En de kuur was dagelijks, zes weken lang. Daar had ik geen trek in. Het zou nu alleen wat langer duren. Dat moest dan maar.

Uiteindelijk is het redelijk geworden. De borst is nu, twee jaar later, wat zachter aan het worden, de kleur is normaal. Ik heb geen twee dezelfde borsten. Ook is het mijn borst niet meer. Het gevoel is weg, de vorm is anders en de functie is weg. Toch zou ik, als ik weer moest kiezen, voor hetzelfde gaan. Het scheelt een reconstructie of het dragen van een prothese. Ook een gereconstrueerde borst is geen eigen borst. Dat blijft voor mij hetzelfde. Ik heb mijn borsten geaccepteerd. Zij zijn niet het belangrijkste, LEVEN is het belangrijkste!!!"