Triple negatief
Sommige borstkankertumoren zijn triple negatief. Dat betekent dat de tumor geen receptoren heeft voor oestrogeen (ER), noch voor progesteron (PR) en de humaan-epidermale groeifactorreceptor 2 (HER2).
Triple negatief komt voor bij ongeveer 15-20% van alle borstkankerpatiënten.
De gemiddelde leeftijd van patiënten met een triple negatief mammacarcinoom is lager: in een Amerikaanse studie was de gemiddelde leeftijd 53 jaar voor triple negatief tegenover gemiddeld 58 jaar voor patiënten met een 'niet-triple negatieve tumor'. Triple negatief komt dus iets vaker voor op jongere leeftijd. Het lijkt erop dat patiënten met een BRCA1-genmutatie vaker een triple negatief mammacarcinoom hebben. Overigens kan een triple negatief mammacarcinoom ook zonder BRCA1-genmutatie optreden.
Binnen de groep triple negatief mammacarcinoom zijn er subtypes te onderscheiden. Het lijkt erop dat bepaalde subtypes een betere prognose hebben dan andere subtypes. Op dit moment is dat nog onvoldoende gevalideerd voor een routinematige test. Belangrijk is te onthouden dat deze gegevens zijn gebaseerd op groepen patiënten en daarom nooit vertaald mogen worden naar een individuele patiënt.
Voor de individuele patiënt geldt dat ervoor gezorgd moet worden dat de behandeling volledig en volgens de huidige inzichten verloopt (operatie, eventueel radiotherapie en op indicatie chemotherapie). Vooralsnog is de lymfeklierstatus, naast tumorgrootte en graad, de belangrijkste factor die de prognose bepaalt.
De introductie van de term triple negatief lijkt samen te hangen met de registratie van trastuzumab (Herceptin() als adjuvante behandeling bij HER2-positieve tumoren in 2005. Er zijn sinds die tijd drie groepen behandelingen te onderscheiden (indien de patiënt premenopauzaal is met indicatie voor adjuvante systemische therapie):
1. chemotherapie met trastuzumab indien HER2-positief;
2. chemotherapie en hormoontherapie indien ER/PR-positief (voor sommige patiënten zowel 1 als 2);
3. alleen chemotherapie indien HER2/ER/PR-negatief. Door het ontbreken van targeted (=gerichte) therapie is er een versterkte belangstelling ontstaan voor dit laatste subtype - triple negatief - en daarmee de naamgeving.
Een HER2-positieve tumor gedraagt zich zonder medicijnen agressiever dan een HER2-negatieve tumor. Nu trastuzumab (Herceptin(r)) als extra behandeling ingezet kan worden, zijn de vooruitzichten voor patiënten met een HER2-positieve tumor sterk verbeterd. De prognose bij een HER2-negatieve tumor is feitelijk niet veranderd, maar lijkt nu verhoudingsgewijs ongunstiger door de verbeterde behandeling bij HER2-positieve tumoren.
Voor een ER-positieve tumor is het verhaal iets anders. ER-positieve tumoren gedragen zich - ook zonder behandeling met medicijnen (hormoontherapie) - iets minder agressief dan ER-negatieve tumoren. Door aanvullende hormoontherapie is de prognose van patiënten met een ER-positieve tumor nog verder verbeterd.
Voor alle borstkankerpatiënten geldt dat de chemotherapie de laatste jaren effectiever is geworden. De triple negatieven hebben iets minder behandelopties (geen gerichte therapie), waardoor het totale effect van de adjuvante behandeling relatief kleiner is dan voor de andere groepen.
In een grote studie bij 1.600 borstkankerpatiënten bleek dat het risico op terugkeer van de ziekte met name de eerste vijf jaar verhoogd was, met een piek in de eerste drie jaar. Na die periode nam het risico sterk af. Het lijk er dus op dat als de ziekte terugkomt, dit vaak kort na de primaire diagnose optreedt. Dus, als de eerste vijf jaar geen recidief van de ziekte is opgetreden, dan is de kans dat het goed blijft gaan groot.
Als er een indicatie is voor adjuvante therapie, dan is enkel chemotherapie op dit moment de standaardbehandeling voor triple negatief mammacarcinoom. Indien er sprake is van op afstand gemetastaseerd mammacarcinoom, dan is sinds kort bevacizumab (Avastin() in combinatie met chemotherapie een nieuwe behandeloptie. Met deze behandeling wordt bloedvatvorming van de tumor geremd dan wel afgebroken (angiogeneseremmer).
In Nederland zijn er in de adjuvante setting en neo-adjuvante setting meerdere studies gaande waarbij verschillende soorten chemotherapie met elkaar worden vergeleken. Dat is niet heel specifiek alleen voor triple negatieve borstkanker bedoeld, maar ook voor andere vormen van borstkanker.
Verder worden verschillende gerichte behandelingen getest bij patiënten met uitzaaiingen op afstand. Dat betreft verschillende vormen van angiogeneseremming (= remmen dan wel afbreken van de bloedvatvorming van de tumor). Verder wordt onderzoek gedaan naar HER1-remming, aangezien bij 60% van de patiënten met een triple negatief mammacarcinoom EGFR (= HER1) aanwezig is. In de cel zelf zijn er verschillende aangrijpingspunten van signal pathways die in triple negatieve borstkanker mogelijk een rol zouden kunnen gaan spelen (en daarom onderwerp van studie).
Het lijkt er dus op dat een triple negatief mammacarcinoom op dit moment een relatief ongunstigere prognose heeft dan ER/PR- en/of HER2-positieve tumoren. Dit verschil wordt voor een deel verklaard door de extra behandelopties die de laatste jaren zijn ontstaan op het gebied van hormoontherapie en immuuntherapie.
Het verschil in genezing lijkt echter vooral de eerste paar jaar na diagnose aanwezig te zijn. Als er volgens de huidige inzichten een indicatie is voor adjuvante chemotherapie, dan is het belangrijk om dat advies op te volgen.