Als er twijfels zijn over de aard van een afwijking in de borst, is meestal een punctie noodzakelijk. Daarbij wordt met behulp van een holle naald een beetje weefsel/losse cellen uit de borstafwijking gezogen.
Een MRI-scan heeft als resultaat hetzelfde soort foto’s als een CT-scan: een soort doorsnedeplaatjes van een lichaamsdeel of orgaan. Met de MRI kunnen met name de weke delen en botten goed in beeld worden gebracht.
Bij een mammografie worden met behulp van röntgenstraling foto’s genomen van het borstweefsel. Meestal zijn per borst twee foto’s noodzakelijk, genomen in verschillende richting.
Bij vijf tot tien procent van de vrouwen met borstkanker is sprake van een erfelijke aanleg. Het is mogelijk DNA-diagnostiek te laten verrichten naar zo’n erfelijke aanleg. Indicaties voor een gesprek bij de afdeling klinische genetica zijn:
- Borstkanker op jonge leeftijd (onder de vijftig jaar).
Een echo-onderzoek is een onderzoek waarbij naar het weefsel gekeken kan worden door middel van geluidsgolven. Er wordt dus geen gebruik gemaakt van potentieel schadelijke röntgenstraling. Meestal volgt een echo op een mammografie.
Met een botscan kunnen verschillende soorten aandoeningen van het skelet worden vastgesteld. Overal waar het botweefsel bijzonder actief groeit, zal op de scan een oplichtende plek ('hot spot') te zien zijn.