MRI-scan
Een MRI-scan heeft als resultaat hetzelfde soort foto’s als een CT-scan: een soort doorsnedeplaatjes van een lichaamsdeel of orgaan. Met de MRI kunnen met name de weke delen en botten goed in beeld worden gebracht.
De scan maakt gebruik van een sterke magneet en radiogolven, maar niet van röntgenstraling.
Het is niet mogelijk een MRI-scan te maken als iemand een pacemaker, vaatclips in het hoofd of metaalsplinters in het oog heeft. Bij metaalhoudend materiaal elders in het lichaam kan het onderzoek meestal met enige aanpassingen plaatsvinden (bijvoorbeeld kunsthartkleppen, prothesen in gewrichten of ledematen, spiraaltje, metaalsplinters elders in het lichaam). Het is belangrijk geen losse metalen voorwerpen in de onderzoeksruimte mee te nemen: bijvoorbeeld kleingeld, aansteker, sieraden, sleutels, horloges, haarspelden, bankpasjes, bril.
Bij het onderzoek wordt vaak contrastvloeistof gebruikt (zie hiervoor CT-scan). Voor het onderzoek moet de patiënt in een tunnel gaan liggen, welke aan beide kanten open is. Via een microfoon- en luidspreker-installatie bestaat er te allen tijde contact met de laborant die het onderzoek begeleidt. Omdat het maken van de foto’s met veel lawaai verbonden is, krijgt de patiënt gedurende het onderzoek oordopjes of een hoofdtelefoon op. Het is ook mogelijk om tijdens het onderzoek naar (zelf meegebrachte) muziek te luisteren.
De duur van het onderzoek is afhankelijk van de onderzoeksvraagstelling. Het nemen van de foto’s kan tussen de 1 en 12 minuten duren. Vaak moeten er meerdere series foto’s genomen worden. Het totale onderzoek duurt daardoor langer.
Na afloop van het onderzoek worden de foto’s door de radioloog beoordeeld. De behandelend arts krijgt de uitslag.